ORT behoorde tot het gebruikelijke loon werknemer

05 februari 2019

Een werkneemster, werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg, vordert doorbetaling van de onregelmatigheidstoeslag tijdens haar vakantiedagen over de jaren 2010 tot en met 2015. Vanaf 1 juli 2015 is dat in de cao voor de Geestelijke Gezondheidszorg geregeld, maar in de jaren daarvoor was dit nog niet het geval.

Het hof Arnhem oordeelt dat op grond van art. 7:639 BW de werknemer gedurende zijn vakantie recht op loon behoudt. Van dit artikel kan op grond van art. 7:645 BW niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken, tenzij zodanige afwijking bij die artikelen is toegelaten. Voor de invulling van het vakantieloonbegrip dient te worden aangeknoopt bij de jurisprudentie van het Hof van Justitie.

De beoordeling of er een intrinsiek verband bestaat tussen de verschillende componenten van het globale loon van de werknemer en de uitvoering van de taken die hem zijn opgedragen in zijn arbeidsovereenkomst, is aan de nationale rechter, en dient volgens het Hof van Justitie plaats te vinden aan de hand van een gemiddelde over een representatief geachte periode.

Uit het door werkneemster verstrekte overzicht kan worden opgemaakt dat zij in ieder geval in dat jaar voor veruit het merendeel van de door haar gewerkte diensten, aanspraak had op uitbetaling van de onregelmatigheidstoeslag. Het hof concludeert dan ook dat zij haar werkzaamheden feitelijk op onregelmatige tijden verrichtte en dat dit ook behoorde tot de aan haar opgedragen taken, nu, wat er zij van haar keuze om op onregelmatige tijden te werken, daar de werkgever er immers voor kiest om de werktijden op basis van een rooster te regelen, waarmee sprake is van een intrinsieke samenhang tussen de onregelmatigheidstoeslag en de werkzaamheden van de werkneemster.

Het hof is dan ook met de kantonrechter van oordeel dat de werkzaamheden in onregelmatige diensten waarvoor de werkneemster onregelmatigheidstoeslag ontvangt, een last vormt die intrinsiek samenhangt met de uitvoering van de aan haar als werkneemster opgedragen taken. Dit betekent dat de financiƫle vergoeding hiervoor (de ORT) dient te worden gerekend tot het gebruikelijke loon van appellante en dat zij tijdens vakanties recht heeft op doorbetaling van het loon inclusief de ORT.

Hof Arnhem-Leeuwarden 18-12-2019, 200.203.484 (ECLI:NL:GHARL:2018:11061)

mr. dr. Esther Koot-van der Putte, Cao-recht Advies en Opleiding, www.cao-recht.nl