Principeakkoord Nederlandse Orkesten

12 augustus 2019

De hieronder vermelde informatie berust niet op definitieve cao-bepalingen, maar zijn de belangrijkste uitkomsten van de onderhandelingen tussen partijen die deels nog aan de betrokken leden ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.

Algemeen

De cao heeft een looptijd van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2019.

Lonen

De lonen worden verhoogd:

Per 01-01-2019

3,00%

Per 01-07-2019

3,00%

De betalingen met terugwerkende kracht worden in oktober of uiterlijk in november 2019 gerealiseerd.

Eenmalige uitkering

Om het gemis van een structurele salarisverhoging vanaf 1-1-2018 te compenseren is een eenmalige uitkering afgesproken: Op het moment van de salarisbetaling van de maand oktober 2019 wordt aan elke medewerker die in het kalenderjaar 2018 geheel of gedeeltelijk in dienst was bij de werkgever een eenmalige uitkering verstrekt van 2,5% over zijn bruto jaarsalaris van 2018 als bedoeld in artikel 1 van de cao. Reeds door individuele orkesten doorgevoerde eenmalige en/of structurele salarismaatregelen vanaf 1-1-2018 worden verrekend met de hierboven genoemde salarisverhogingen.

Tegemoetkoming kosten

De toeslag bij-instrumenten wordt gezien als looncomponent wat overeenkomstig de bepaling inzake loonontwikkeling verhoogd per 1 januari 2019 en per 1 juli 2019 - structureel - met 3%. Per 1 januari 2018 wordt de toeslag met 2,5 % geacht te zijn verhoogd. De overige in de cao opgenomen vergoedingen (verhuiskosten, kledingkosten, reiskosten en woon-werkverkeer etc.) worden met ingang van 1 januari 2019 telkens per 1 januari verhoogd volgens de CPI-index per 1 oktober van het vorige kalenderjaar t.o.v. 1 oktober van het daaraan voorafgaande jaar. Tegemoetkoming woon-werkverkeer: Met ingang van 1 januari 2019 wordt de maximale vergoeding voor woon-werkverkeer verhoogd van € 200 naar € 250. De overige stappen worden naar rato aangepast. De werknemers kunnen gebruik maken van fiscale verrekening van reiskosten zodat de bruto vergoeding netto wordt uitgekeerd. Vakbondscontributie: In de cao wordt een tekst opgenomen zodat de mogelijkheid van fiscale verrekening vakbondscontributie waar dat nog niet het geval is doorgevoerd zal worden.

Arbeidsduur

De bepaling over onbetaald verlof is verduidelijkt. De cao tekst zal luiden: De werknemer kan een verzoek indienen voor het opnemen van onbetaald verlof voor één of meer producties of productieperiodes. De werkgever beslist, na overleg met de werknemer, of verlof kan worden verleend. Daarbij maakt de werkgever een afweging tussen de belangen van de werknemer en de belangen van het orkest. Voor het opnemen van verlof uit het persoonlijk budget, zie artikel 5.6. Voor onbetaald verlof wordt loon ingehouden. Voor de berekening van het in te houden loon geldt het aantal ingeroosterde uren plus bijbehorende forfaitaire uren, maal het bruto uurloon inclusief vaste toeslagen.

Fondsen

In de sector is het Sociaal Fonds Podium Kunsten actief. Het SFPK organiseert en financiert voor orkestmusici activiteiten op het terrein van duurzame inzetbaarheid, scholing en ontwikkeling. Daarvoor wordt tot nu toe een kleine premie geheven van 0,2%. Over de voortzetting van deze regeling inclusief de mogelijkheid van een verhoging van de premie en uit welke loonruimte deze dan betaald moet worden zullen cao partijen nog in november 2019 nader in overleg treden. Vast staat dat het ook voor musici zinvol kan zijn bij te dragen aan het fonds omdat activiteiten om duurzaam inzetbaar te zijn steeds belangrijker worden, maar soms ook duur zijn. Denk aan scholingskosten. Bovendien is ook de overheid bereid op dit terrein meer te investeren, vaak onder de voorwaarde dat de sector er ook zelf geld in investeert.

Arbeidsongeschiktheid en werkloosheid

Orkesten zijn vanuit de historie B3 instellingen (semi overheid), zijn aangesloten bij ambtenaren pensioenfonds ABP en hebben voor een deel van hun sociale zekerheid, bv in het geval van reorganisaties als gevolg van subsidie vermindering, nog recht op regelingen die vergelijkbaar zijn met die van ambtenaren. De arbeidsvoorwaarden van ambtenaren gaan echter veranderen. Daarom is afgesproken dat de verwijzing naar de Boven Wettelijke Uitkeringsregeling (BWU ambtenaren) in de volgende cao komt te vervallen. Er zal worden aangesloten op de actuele regelingen die gelden voor de Sector Rijk en andere subsidiegevers. Artikel 19 zal dan worden gewijzigd, als volgt: “Uitsluitend indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd om bedrijfseconomische redenen die het gevolg zijn van een beëindiging of vermindering van subsidiëring, dan wel van andersoortige maatregelen die zijn opgelegd door de subsidieverstrekker, wordt de werknemer een uitkering toegekend overeenkomstig de regelingen die bij de subsidieverstrekker (Sector Rijk of lagere overheden) gelden in vergelijkbare situaties.”

Arbeidsovereenkomst

De huidige voorwaarden voor indiensttreding worden niet gewijzigd. Wel wordt een regeling toegevoegd om de overgang van een inzet als remplaçant naar een tijdelijke aanstelling in dienst bij een orkestwerkgever te regelen: “Als de werknemer voorafgaand aan indiensttreding bij werkgever in een soortgelijke functie of op basis van vergelijkbare werkzaamheden werkzaam is geweest als remplaçant, mag een dienstverband voor bepaalde tijd - in totaal - ten hoogste één jaar duren.” Hiermee wordt de wettelijke periode van tijdelijke dienstverbanden tot een minimum beperkt

Bron: FNV Media & Cultuur 24-07-2019