Terugwerkende kracht inlenersbeloning?

30 oktober 2019

Twaalf uitzendkrachten vorderen achterstallig loon omdat het uitzendbureau de inlenersbeloning niet goed heeft toegepast. Volgens de kantonrechter te Amsterdam wordt de inlenersbeloning op grond van de cao niet met terugwerkende kracht toegepast, tenzij sprake was van opzet op kennelijk misbruik. Daarvan was in dit geval geen sprake.

Randstad heeft twaalf uitzendkrachten tijdens hun terbeschikkingstelling aan NXP niet overeenkomstig de cao van de inlener betaald. De twaalf stellen daarom tegen het uitzendbureau een vordering in wegens achterstallig loon. De twaalf maken alsnog aanspraak op betaling overeenkomstig functiegroep 25, de ploegentoeslag van 42,9%, de hindertoeslag alsmede aanpassing van overwerktoeslag, feestdagentoeslag en vakantiebijslag over hetgeen als gevolg hiervan te weinig aan loon is uitbetaald en een vergoeding gebaseerd op het persoonlijk budget conform de cao NXP.

In de procedure bij Rechtbank Amsterdam gaat het in deze zaak om uitleg van art. 20 lid 3 e.v. van de cao ABU (functie-indeling en beloning) zoals deze gold ten tijde van de periodes dat de werknemers ter beschikking waren gesteld aan NXP. Daarbij is doorslaggevend het aanvangsmoment van de (laatste) terbeschikkingstelling, dat voor alle werknemers lag vóór de cao ABU 2017-2019.

Uitleg (aan de hand van de cao-norm) van art. 22 lid 8 (cao ABU 2012-2017) en later art. 20 lid 3 en verder (cao ABU 2017-2019) zoals deze golden gedurende de relevante periodes brengt met zich dat indien en voor zover Randstad zich bij het vaststellen van de inlenersbeloning heeft gebaseerd op door NXP verstrekte informatie, de werknemers geen beroep kunnen doen op het met terugwerkende kracht toepassen van de juiste beloning indien de door NXP verstrekte informatie onjuist was, tenzij sprake was van opzet op kennelijk misbruik.

Van kennelijk misbruik/opzet is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Uit de overgelegde stukken blijkt dat Randstad ten tijde van de detacheringen overleg heeft gepleegd met NXP en dat zij samen met NXP tot een beloningsregeling is gekomen. De regeling inzake de diverse toeslagen is ingewikkeld en op enig moment ook aangepast door NXP. Indien en voor zover Randstad – al dan niet op basis van door NXP aangeleverde gegevens – bij het hanteren van de toeslagen al een fout zou hebben gemaakt is daarbij geen sprake geweest van kennelijk misbruik.

De vorderingen betreffende de ploegentoeslag en het daarbij te hanteren vloerbedrag en tot betaling van overige toeslagen worden afgewezen, nu deze gelet op de cao niet met terugwerkende kracht wordt aangepast/toegepast.

Bron: Rb. Amsterdam 15-10-2019, nr. 6510532 CV EXPL 17-28009 (ECLI:NL:RBAMS:2019:7730)

mr. dr. Esther Koot-van der Putte, Cao-recht Advies en Opleiding, www.cao-recht.nl