Principeakkoord – Drankindustrie en de Groothandel in Dranken

16 november 2019

De hieronder vermelde informatie berust niet op definitieve cao-bepalingen, maar zijn de belangrijkste uitkomsten van de onderhandelingen tussen partijen die deels nog aan de betrokken leden ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.

Algemeen

De cao heeft een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020.

Werkingssfeer

In artikel 1 cao wordt de definitie van werknemer in de zin van de cao aangepast. Werknemer is degene die een arbeidsovereenkomst heeft met werkgever van wie de functie bij toepassing van het ORBA functiewaarderingssysteem maximaal 170 punten zou krijgen. De cao is niet van toepassing op de stagiaire en op degene die als vakantiewerker alleen gedurende de schoolvakanties bij werkgever werkt.

Arbeidstijdtoeslagen

In artikel 4.8.1. van de cao zijn toeslagpercentages opgenomen voor het werken in ploegendienst. In de nieuwe cao worden deze toeslagpercentages in een klokurenmatrix weergegeven, waarin elk uur van de dag en in de week een toeslagpercentage kent.

Er worden twee versies van de klokurenmatrix in de cao vermeld: één voor de start van de ochtenddienst om 06.00 uur (zie hierna) en één voor de start van de ochtenddienst om 07.00 uur of later. Bij afwijkende wisseltijden wordt in de geest van deze matrices gehandeld.

Bedrijven willen ook andere roosters kunnen toepassen en dan op eenvoudige wijze de daarbij behorende (ploegen)toeslagen kunnen berekenen. Ook is behoefte om te komen tot één klokurenmatrix voor zowel ploegendienst als voor werknemers in dagdienst. Cao-partijen gaan dat in 2020, eventueel met inschakeling van externe deskundigen, verder uitwerken met als doel een dergelijke klokurenmatrix op 1 januari 2021 in de cao op te nemen.

Arbotoeslagen

De toeslag bezwarende omstandigheden (artikel 4.10.6 cao) komt met ingang van 1 januari 2020 te vervallen en wordt voor huidige werknemers voor wie dit geldt omgezet in een persoonlijke toeslag. Deze persoonlijke toeslag wordt telkens verhoogd met de individuele en collectieve verhoging in artikel 4.1 en 4.7 cao.

Lonen

De feitelijke lonen, de cao-salarisschalen en de eventueel door werkgever gebruikte (hogere) salarisschalenverhoogd:

per 01-01-2019

4,00%

per 01-01-2020

2,50%

Bedrijven die, bij het uitblijven van cao-afspraken over een loonsverhoging, in 2018 en/of in 2019 al een loonvoorschot aan de werknemers hebben gegeven, kunnen het/de voorschot(ten) verrekenen met de nieuwe cao-verhogingen.

Werkgevers spreken de intentie uit dat zij in de toekomst geen loonvoorschotten in bovengenoemde zin meer zullen verstrekken. Mocht in een uitzonderlijk geval een werkgever dit toch overwegen, dan zal deze werkgever dat eerst met de vakorganisaties bespreken.

Opmerking salaristabellen

Het maandsalaris van de werknemer die wordt beloond volgens de functieschaal wordt elk jaar op 1 januari verhoogd door toekenning van een periodiek, totdat het maximum van de schaal is bereikt. Werkgever mag de individuele periodieke verhoging een jaar uitstellen als de werknemer na 30 juni van het voorafgaande jaar in dienst is getreden.

Deze systematiek van jaarlijkse individuele salarisherziening geldt ook als de werkgever van de cao afwijkende, hogere salarisschalen heeft.

Van deze verplichting kan de Vaste Commissie ontheffing verlenen, indien de werkgever bij zijn verzoek een accountantsverklaring overlegt, waaruit duidelijk blijkt dat het operationeel bedrijfsresultaat (= EBITDA) gedurende de twee laatste boekjaren negatief is en dat de onderneming in dusdanige situatie verkeert dat door het doen van de individuele salarisaanpassingen de levensvatbaarheid van de onderneming in gevaar komt.

De werkgever kan op één of meer van de volgende punten afwijken. Afwijken (ook de inhoud van de afwijking) kan alleen met instemming van de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of - bij het ontbreken daarvan - de vakvereniging(en).

De werkgever mag een andere datum voor de jaarlijkse salarisaanpassing hanteren dan 1 januari.

De werkgever mag in plaats van een functieschaal met vaste periodieken ook werken met ‘open salarisschalen’, waarbij alleen een aanvangs- en eindsalaris is vastgesteld.

Het feitelijke salaris wordt daarbij uitgedrukt als een percentage van het eindsalaris, de relatieve salarispositie (of RSP). In dat geval ontvangt de werknemer elk jaar een verhoging van zijn RSP tot het eindsalaris (RSP 100%) is bereikt.

De werkgever mag de jaarlijkse periodiek of verhoging van de RSP ook afhankelijk stellen van de individuele beoordeling volgens het bij de werkgever geldende beoordelingssysteem. Hierbij kan een periodiek of RSP-verhoging alleen achterwege blijven bij een beoordeling lager dan “voldoende”.

Als de werkgever 2 en 3 combineert, kan hij een RSP-verhogingsmatrix vaststellen, waarbij als voorwaarde geldt dat de verhoging bij een beoordeling “voldoende” hoger is dan 0%.

Vakantiebijslag en jaarlijkse uitkeringen

De genoemde loonsverhogingen zijn ook van toepassing op het minimum van de vakantietoeslag.

Arbeidsduur

Voor algemene verlofregelingen wordt verwezen naar de WAZO (Wet Arbeid en Zorg) en zullen we een link opnemen naar de site van de rijksoverheid met uitleg. De werkgever zal deze wetgeving toepassen.

Indien er in ploegendienst gewerkt wordt en men langer dan 8 uur afwezig is, vanwege het bijzonder verlof, wordt de mogelijkheid voor minimaal 8 uur nachtrust geboden.

Tegemoetkoming kosten

De fiscale verrekening van de vakbondscontributie wordt structureel in de cao opgenomen, onder voorbehoud dat fiscale verrekening wordt gefaciliteerd.

Fondsen

De bijdrage van de werkgeversverenigingen aan de werknemersorganisaties conform de zogenaamde AWVN-regeling wordt beëindigd per 31 december 2019. In plaats daarvan wordt de werkgeversbijdrage voor 2020 vastgesteld op basis van de inzet van de vakorganisaties als een gelijk bedrag van € 8.000 per jaar per werknemersorganisatie die partij is bij de cao. Het totale budget in 2020 is € 44.000. Het restant is beschikbaar als budget voor vakorganisaties voor de verdere uitwerking van de gezamenlijk afgesproken studies en contact met werknemers.

Bron: CNV Vakmensen, 15-11-2019