Geen zelfstandig beroep op contractwisselbepaling Cao Particuliere Beveiliging

23 april 2020

Een werkgever kan de partij die haar werkzaamheden heeft overgenomen niet dwingen om contracten met haar werknemers over te nemen. Volgens de rechter kan een werkgever geen beroep doen op art. 95B Cao Particuliere Beveiliging.


In deze zaak heeft beveiligingsbedrijf RBC de raamovereenkomst met haar opdrachtgever, de groep, opgezegd. Mastermind is één van de partijen die, in ieder geval naar mening van RBC, de werkzaamheden op o.a. de scheepswerf in Pernis heeft overgenomen. Centrale vraag is of RBC in rechte kan afdwingen dat Mastermind de op die werven geplaatste werknemers van RBC van haar overneemt. De uitleg van art. 95B Cao Particuliere Beveiliging is hierbij cruciaal. Daarin staat de hoofdregel bij contractwisseling: de verwervende partij moet de betrokken werknemers die binnen het oude contract werkzaam zijn voor de latende partij in dienst nemen door middel van het aanbieden van een arbeidsovereenkomst.
De voorzieningenrechter oordeelt dat aan RBC als latende partij geen zelfstandig beroep op art. 95B van de CAO toekomt. Het artikel spreekt van het voorkomen van ongewenste ontwikkelingen in de werkgelegenheid en houdt een waarborg in dat werknemers van de latende partij (in casu RBC) een arbeidsovereenkomst met dezelfde voorwaarden krijgen aangeboden van de verwervende partij (in casu Mastermind). Dat het artikel is geschreven vanuit het belang van de werknemer volgt bijvoorbeeld ook uit het feit dat niet wordt uitgesloten dat de werknemer bij de latende partij in dienst blijft (lid 8 van voornoemd artikel). In bijlage 9 bij de CAO, behorend bij voornoemd artikel van de CAO, wordt voorts gesproken van de rechten van de werknemers op grond van artikel 95B van de CAO.
De voorzieningenrechter oordeelt voorts dat enkel individuele werknemers (en dus niet de latende partij) een beroep kunnen doen op dit artikel, waarbij het doel van het artikel is hen te faciliteren een arbeidsovereenkomst af te dwingen bij de verwervende partij. Dit oordeel van de voorzieningenrechter is ook begrijpelijk in het licht van de individuele contractsvrijheid. Het zou in strijd zijn met dit rechtsbeginsel indien de latende werkgever iets zou kunnen eisen ten aanzien van een contract dat door twee andere partijen is gesloten.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant (vzr. Breda) 02-01-2020, nr. C/02/364982 / KG ZA 19-65 (ECLI:NL:RBZWB:2020:1651) (RBC Special Services BV/Mastermind Security B.V.)

mr. dr. Esther Koot-van der Putte, Cao-recht Advies en Opleiding www.cao-recht.nl