Principeakkoord Ambulancezorg

27 mei 2020

De hieronder vermelde informatie berust niet op definitieve cao-bepalingen, maar zijn de belangrijkste uitkomsten van de onderhandelingen tussen partijen die deels nog aan de betrokken leden ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.

Algemeen

De cao heeft een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2021.

Lonen

De geldende salarissen en salarisschalen worden verhoogd:

Per 01-01-2020

5,00% *)

Per 01-01-2021

3,00% **)

*) Daarbij geldt dat de salarissen tot en met IP-nr. 37 worden verhoogd met 5%. De salarissen boven IP-nr.37 worden verhoogd met 4% plus 37 euro per maand (1% van het bruto maandbedrag behorende bij IP 37).

**) Daarbij geldt dat de salarissen tot en met IP-nr. 37 worden verhoogd met 3%. De salarissen boven IP-nr.37 worden verhoogd met 116 bruto per maand (3% van het bruto maandbedrag behorende bij IP 37).

Salarisschalen

De invoering van FWG zal in sommige gevallen leiden tot een hogere of lagere indeling. Afgesproken is dat positieve salarisgevolgen terugwerken tot 1 januari 2020. Hierover worden de volgende afspraken in de cao opgenomen:

Bij de inpassing in de nieuwe salarisschaal in geval van een hogere functiegroep geldt het naast hogere bedrag van de nieuwe salarisschaal. De periodiekdatum blijft behouden. Dit betekent dat de medewerker die in FWG 55 periodiek 12 is ingeschaald, per 1 januari 2020 naar FWG 60 periodiek 7 gaat. Daarna volgt in 2020 op zijn/haar periodiekdatum (datum indiensttreding) de volgende periodiek (bijvoorbeeld op 1 mei 2020 naar FWG 60 periodiek 8).

Bij de inpassing in de nieuwe salarisschaal in geval van een lagere functiegroep blijft de huidige functiegroep inclusief oude perspectief behouden. Dit betekent dat de medewerker die in FWG 55 periodiek 12 is ingeschaald, per 1 januari 2020 een salarisgarantie behoudt en een inschaling in FWG 55 periodiek 12 behoudt. De medewerker die in een lagere periodiek in FWG 55 is ingeschaald maar wel perspectief had tot het maximum van de schaal, behoudt dit salarisperspectief en krijgt jaarlijks zijn periodiek tot het maximum van FWG 55 is bereikt.

De medewerker die het salarismaximum in de oude schaal nog niet had bereikt en per 2019 in een tijdelijk IP-nummer is ingedeeld, behoud eveneens het oude salarisperspectief. Bij de medewerker die het salarismaximum in de oude schaal bereikt had en per 2019 in een tijdelijk IP-nummer is ingedeeld, wordt in geval van een lagere indeling het salaris bevroren op het dan geldende IP-nummer. De IP-nummers worden geïndexeerd met de algemene loonaanpassingen van deze cao. Bijvoorbeeld: een medewerker was voor 2019 ingeschaald in schaal 6 trede 11. Conform cao 2019 is dit IP 24 geworden. Stel de nieuwe indeling wordt FWG 35 waarbij het maximale salaris IP 22 is. De medewerker blijft dan in IP 24 ingeschaald waarbij het salaris verhoogd wordt bij algemene loonaanpassingen van de cao.

Eenmalige uitkering

De medewerkers die op 1 april 2019 én op 1 december 2019 aaneengesloten in dienst zijn bij een instelling die de cao ambulancezorg of cao ziekenhuizen verplicht toepast, ontvangen in januari 2020 (reeds nabetaald in februari 2020) over het jaar 2019 een eenmalige uitkering van 1200 euro bruto bij een voltijd dienstverband. Medewerkers met een deeltijd dienstverband ontvangen de eenmalige uitkering naar rato van de omvang van het dienstverband op 1 december 2019.

Arbeidstijdtoeslagen

De cao bepalingen over de berekening van vergoeding van onregelmatigheidstoeslag in de Cao Ziekenhuizen worden overgenomen. Per 1 oktober 2020 wordt de vergoedingsregeling van artikel 9.3 en 9.4 Cao Ziekenhuizen overgenomen. De regeling voor doorbetaling tijdens verlof blijft vooralsnog ongewijzigd tijdens de looptijd van de cao.

Voor medewerkers waarvoor dit onverhoopt nadelig uitpakt geldt een tijdelijke compensatieregeling gedurende drie jaar. In februari 2022 wordt de ORT 2021 vergeleken met de ORT 2019 en als het nadeel toe te schrijven aan deze cao-wijziging meer dan 2% bedraagt, dan wordt het verschil gecompenseerd door een eenmalige uitkering ter hoogte van dit verschil. In februari 2023 wordt de ORT 2022 vergeleken met de ORT 2019 en als het nadeel toe te schrijven aan deze cao-wijziging meer dan 2% bedraagt, dan wordt het verschil gecompenseerd door een eenmalige uitkering ter hoogte van dit verschil. In februari 2024 wordt de ORT 2023 vergeleken met de ORT 2019 en als het nadeel toe te schrijven aan deze cao-wijziging meer dan 2% bedraagt, dan wordt het verschil gecompenseerd door een eenmalige uitkering ter hoogte van dit verschil.

Arbeidsduur

In de periode vanaf 1 september 2020 tot 1 juli 2021 zijn onderstaande afspraken gemaakt, zodat medewerkers ook al tijdens de looptijd van deze cao minder kunnen werken voor de AOW-leeftijd.

Het vitaliteitspact is tot 1 juli 2021 als volgt ingevuld:

  • het vitaliteitspact staat open voor alle werknemers van 63 jaar of ouder in alle functies, die geen recht hebben op een bestaande overgangsregeling, mits zij voldoen aan de overige voorwaarden opgenomen in de regeling die partijen zullen vaststellen;

  • bij deelname aan het vitaliteitspact wordt de arbeidsduur teruggebracht. De werkgever betaalt het salaris over de helft van de vrijgestelde uren. Over de andere helft van de vrijgestelde uren ontvangt de werknemer geen salaris. De werknemer kan deze achteruitgang in salaris financieren vanuit eigen middelen (gespaard verlof, levensloop, loon, e.d.);

  • voor de omvang van het aantal werkuren kan een minimale omvang gelden, in ieder geval wanneer dit voor de bekwaamheid of vanuit fiscale regels vereist is;

  • alle arbeidsvoorwaarden ‘in tijd’ uit de cao worden teruggebracht naar het gekozen aantal nieuw te werken uren. Arbeidsvoorwaarden ‘in geld’ uit de cao worden aangepast aan de nieuwe salarisbetaling;

  • de werknemer heeft de keuze om zijn pensioenopbouw aan te passen aan de nieuwe (= lagere) salarisbetaling, of zijn pensioenopbouw te houden op 100% van zijn oude contractuele arbeidsomvang (= de bestaande premiebetaling voortzetten). De verdeling van de premiebetaling voor de pensioenregeling tussen werkgever en werknemer blijft ongewijzigd volgens de cao ingehouden worden;

  • werknemers die voor 1 juli 2021 gebruik maken van dit vitaliteitspact krijgen eenmalig de gelegenheid om in juli 2021 over te stappen naar de nieuwe vrijwillige vertrekregeling;

  • de mogelijkheid van een afspraak per leeftijdscohort vanaf 60 jaar is tijdens de looptijd van deze cao nog onderwerp van bespreking.

Partijen stellen voor 1 augustus 2020 de uitwerking van dit vitaliteitspact vast.

Bron: CNV 20-05-2020